Het organiseren van een diner voor vrienden, familie of een date is een kunst op zich. Je slooft je uit in de keuken, zorgt voor de juiste sfeer en de playlist staat al klaar. Maar dan komt het lastigste gedeelte: de wijnkeuze. Niets is zo vervelend als een prachtige biefstuk serveren met een wijn die de smaak volledig tenietdoet, of een delicate vis verdrinken in een zware rode wijn. Als moderne man wordt er toch een beetje van je verwacht dat je weet wat je schenkt.
Gelukkig hoef je geen gediplomeerd vinoloog te zijn om een goede selectie op tafel te zetten. Met een paar basisprincipes en enkele klassiekers in je wijnrek zit je eigenlijk altijd goed. Het gaat erom dat je snapt welke smaken elkaar versterken. In dit artikel nemen we je mee langs een aantal essentiële keuzes waarmee je gegarandeerd punten scoort bij je gasten.
De onderschatte kracht van wit
Veel mannen grijpen uit gewoonte direct naar rood, omdat dit vaak als 'krachtiger' of 'mannelijker' wordt gezien. Dit is een gemiste kans, want wit kan minstens zoveel karakter hebben. Zeker als je begint met een voorgerecht of een lichter hoofdgerecht, is een witte wijn vaak de betere begeleider. Een wijn die hierbij vaak over het hoofd wordt gezien, maar die enorm veelzijdig is, is de riesling uit diverse streken. Deze druif staat bekend om zijn frisse zuren en het vermogen om de bodem waarop hij groeit perfect te weerspiegelen in de smaak.
Het mooie van deze specifieke witte wijn is dat hij zich niet makkelijk in een hokje laat duwen. Waar een chardonnay soms wat zwaar en vettig kan zijn, en een sauvignon blanc juist heel strak, zit deze wijn daar vaak mooi tussenin. Hij past perfect bij pittige gerechten, iets wat voor veel andere wijnen een no-go is. Serveer je een curry of een gerecht met wat Aziatische invloeden? Dan is dit je beste vriend. Door niet voor de standaard supermarkt-wit te gaan, laat je zien dat je verder hebt gekeken dan je neus lang is.
De koning onder de rode wijnen
Wanneer het hoofdgerecht op tafel komt en er rood vlees, wild of een stevige pasta wordt geserveerd, mag het allemaal wat robuuster. Je wilt een wijn die overeind blijft staan naast het geweld op het bord. Italië is bij uitstek het land voor wijnen met karakter en diepgang. Als je echt wilt uitpakken en je gasten iets bijzonders wilt laten proeven, kom je al snel uit bij een stevige barolo uit de regio Piëmont. Deze wijn wordt niet voor niets vaak de 'wijn der koningen en de koning der wijnen' genoemd.
Het is een wijn die tijd nodig heeft. Vaak moet hij jaren rijpen voordat hij op dronk is, en ook in het glas heeft hij even nodig om los te komen. Het is dan ook een echte aanrader om deze wijn te decanteren voordat je hem schenkt. Dit ritueel alleen al straalt klasse uit. De smaken zijn complex: denk aan rood fruit, specerijen en soms zelfs tonen van truffel of leer. Het is geen wijn om gedachteloos achterover te tikken, maar eentje om echt even voor te gaan zitten. Hiermee laat je zien dat je kwaliteit waardeert en bereid bent te investeren in een goede ervaring.
Het belang van de juiste temperatuur
Tot slot nog een laatste tip die vaak vergeten wordt: de temperatuur. Je kunt de duurste flessen in huis halen, maar als je rode wijn te warm of je witte wijn ijskoud serveert, proef je er niets van. Rood wordt vaak op 'kamertemperatuur' gedronken, maar in onze moderne, goed geïsoleerde huizen is dat vaak al snel 21 graden. Dat is te warm.
Zet je rode wijn gerust even een kwartiertje in de koelkast voor je hem schenkt, zodat hij rond de 16 tot 18 graden is. Wit mag juist vaak iets minder koud dan direct uit de koelkast, zodat de aroma's beter vrijkomen. Door op deze details te letten, haal je het maximale uit je zorgvuldig uitgekozen flessen en zorg je voor een onvergetelijke avond.
